Onderwijs

Pedagogiek en opvang

Pedagogiek: aandacht voor het kind

Kinderen leren van elkaar, van volwassenen en hun omgeving. Als volwassen begeleider van het kind creëer je situaties waar kinderen zichzelf mogen zijn, zich mogen laten horen en waar ze zich kunnen uiten. Om dit te kunnen doen moet je de kinderen ‘echt zien’ en goed leren kennen. Op Klein Amsterdam doen we dit door bewust te kijken en te luisteren. Door het kind te zien voor wie hij is kun je inspelen op de ontwikkeling van het individuele kind. De leerkracht –als mentor/co-lerende/coach/begeleider/onderzoeker- ondersteunt het kind in het ontwikkelproces met aandacht en oeverloos geduld.

De pedagogische benadering van Reggio Emilia is leidend  voor ons pedagogisch handelen. Deze pedagogische benadering is oorspronkelijk ontwikkeld voor de omgang met het jonge kind, van 0 tot 7 jaar. Bij Klein Amsterdam passen we deze benadering toe op alle leeftijden.

Opvang

De opvang is een integraal onderdeel van Klein Amsterdam en deelt de visie en het pedagogisch beleid van het onderwijs van Klein Amsterdam. Er wordt samengewerkt met vakdocenten uit de theater- en muziekwereld, beeldende vorming en beweging. Kinderen denken -afhankelijk van hun leeftijd- actief mee over de samenstelling van het programma.

De tussenschoolse opvang wordt  door het onderwijs- en opvangteam verzorgd. Groepsleerkrachten lunchen met alle kinderen (1ste half uur) en pedagogisch medewerkers spelen/sporten (buiten) met de kinderen (2e half uur).
Na schooltijd start de zogeheten buitenschoolse opvang die inpandig is; een vertrouwde en vanzelfsprekende plek binnen Klein Amsterdam.

De voorschool voor 2 tot en met 4 jarigen start in schooljaar 2019-2020.

Communicatie & eigenaarschap

Communicatie is een sleutelwoord in het pedagogisch handelen en klimaat op Klein Amsterdam. Een kind is aangewezen op communicatie met de ander en met de wereld.

Door te communiceren en ideeën te delen krijgt kennis voor leerlingen betekenis en ontwikkelen zij hun denken, inzicht en begrip. Daarom is ook samenwerkend leren in projecten en op andere momenten essentieel voor de leerervaringen van de kinderen op Klein Amsterdam.

Door doelen op een begrijpelijke manier te delen met het kind of zelfs gezamenlijk op te stellen en te communiceren over wat je doet, geef je het kind eigenaarschap van het eigen leerproces. Hierdoor waken we ervoor dat het enorme potentieel van kinderen ergens onvolgroeid zal raken doordat een (eind)doel voor hun leren is vastgesteld.

Digitale ondersteuning

Jeelo 

Om de ontwikkeling en het leerproces van de kinderen zo goed mogelijk te kunnen volgen en ondersteunen werken we planmatig en registreren we de ontwikkeling van de kinderen. Dit doen we onder andere in de digitale leeromgeving (Jeelo) van Klein Amsterdam waar ieder kind zijn/haar ontwikkeling zelf kan volgen. Online zorgt Jeelo voor:

  • Leerrouteplanner: individuele leerroute op maat met extra oefening of uitdaging, extra kennisdoelen of vaardigheden.
  • Overzichtelijk volgsysteem: Leerkracht kan op elk moment zien hoe ver elk kind is gevorderd. Zowel het kind als het onderwijsleerteamlid kunnen de gemiddelde scores zien voor de kennisgebieden en competenties per leerjaar.
  • Portfolio digitaal: Kinderen kunnen projectresultaten, zoals foto van een werkstuk, een filmpje of tekst met een reflectiebeschrijving opslaan. Dit portfolio wordt van groep 1 tot en met 8 bewaard en ouders kunnen meekijken wat hun kind op school doet. Het vormt een onderdeel van alle documentatie en inzichten die bijvoorbeeld nodig zijn voor het maken van een verantwoorde keuze voor het voortgezet onderwijs van een kind.
  • Differentiatie: Ieder kind werkt tijdens het project aan zijn kennislijnen en competentielijnen. Per kind wordt per ontwikkelingslijn bekeken waar hij/zij aan toe is. De groepsleerkracht/mentor stelt in overleg met de leerling een maatwerkleerroute samen. Zo wordt er optimaal gedifferentieerd en kun je groepsdoorbrekend werken.


PARNASSYS

Naast Jeelo gebruiken we het leerlingvolgsysteem ParnasSys waarin we elementen van de ontwikkeling van het kind registreren en waarin zijn/haar ontwikkeling wordt vergeleken met die van zichzelf - zijn/haar eigen groei (o.a. met als doel aansluiting en aanpassing van aanbod, verantwoording naar de ouder(s)/verzorger(s)). Ter ondersteuning van ons leer- en onderwijsaanbod werken wij met een digitale leeromgeving, leerrouteplanner, volgsysteem en portfolio. Ook Google for Education faciliteert ons in het documenteren.

DIGITALE LEEROMGEVING

Naast de bekende media, werken we, vanaf groep 6, met een digitale leeromgeving dat een bibliotheek van leer- en lesinhouden, leerrouteplanner, een leerling-volg-jezelf-systeem en leerling portfolio in één is. Leerlingen kunnen via een eigen inlog zowel thuis als op school werken in hun eigen leerroute. Leerlingen en hun ouders kunnen de eenheden van de ‘maatwerkroute’ doornemen, filmpjes bekijken en resultaten zien.

Ondersteuningsbehoefte

Naast collegiale consultaties en overleg met de specialisten in het onderwijsleerteam, zijn er vaste momenten waarin het ondersteuningsteam (de leer- & ontwikkelspecialist, de mentor van leerling en directie) en de onderwijsexpert van het samenwerkingsverband nagaan of alle mogelijkheden worden benut. Kinderen die een extra ondersteuningsbehoefte hebben worden gevolgd met een groeidocument. De onderwijsexpert is ook de brug naar eventuele gespecialiseerde extra ondersteuning.

Het college van bestuur van de stichting ziet erop toe dat Klein Amsterdam voldoet aan de basisondersteuning –dit volgens het referentiekader- zoals beschreven in het schoolondersteuningsprofiel (SOP) dat leidend is. Hierin beschrijven wij concreet hoe wij de (extra) ondersteuning van onze kinderen in het onderwijs vormgeven, hoe wij zorgdragen voor ‘inclusief onderwijs’ en welke expertises wij in huis hebben, dan wel buitenshuis vinden en betrekken.

“Ik weet het niet dus ik kom er wel achter…”
vrij naar Pipi Langkous

Documentatie

Door het werk, de ideeën, gevoelens, gedachten en dergelijke van kinderen te documenteren, kun je de ontwikkeling van kinderen inzichtelijk maken voor henzelf, voor ouders en het schoolteam. Zo maak je het leren en onderwijzen bespreekbaar tussen school, ouders en kinderen.

Wij maken serieus werk van documentatie omdat dit bijdraagt aan de kwaliteit van ons onderwijsleeraanbod, en dus aan de ontwikkeling van de leerlingen op diverse manieren zoals:

1. Verrijking en verbetering van het leren

Het draagt bij aan uitgebreider en diepgaander leren van kinderen over hun eigen en andere projecten, als ook ander werk, speel- en leerervaringen. Door te documenteren worden kinderen nog nieuwsgieriger, geïnteresseerder en gaan ze nadenken over wat ze hebben gemaakt en bereikt. Het documentatieproces alleen al geeft de mogelijkheid om hun nieuwe ontdekkingen te verklaren, verdiepen en versterken.

2. Waarde en belang hechten aan de ideeën en werken van kinderen

Zorgvuldige en aantrekkelijke documentatie/presentatie laat kinderen zien dat hun inspanningen, intenties en ideeën serieus worden genomen.

3. Planning, evaluatie en reflectie

Het onderwijs vergt continue planning, zeker ook ons projectonderwijs, gebaseerd op de evaluatie en reflectie van het werk waarmee kinderen bezig zijn. Onderwijsleerteamleden doen dit dagelijks door middel van nakijken, vragen stellen en in gesprek gaan met kinderen over hun ideeën en mogelijkheden voor nieuwe opties, onderzoeken, experimenten. De kinderen doen dit ook zelf - met elkaar en in samenspraak met de volwassenen.

Het onderwijs vergt continue planning, zeker ook ons projectonderwijs, gebaseerd op de evaluatie en reflectie van het werk waarmee kinderen bezig zijn. Onderwijsleerteamleden doen dit dagelijks door middel van nakijken, vragen stellen en in gesprek gaan met kinderen over hun ideeën en mogelijkheden voor nieuwe opties, onderzoeken, experimenten. De kinderen doen dit ook zelf - met elkaar en in samenspraak met de volwassenen.

4. Ouderbetrokkenheid, -participatie en -waardering

De documentatie maakt het mogelijk voor ouders om meer vertrouwd te raken met en groter bewustzijn te hebben van de school- en leerervaringen van hun kinderen. Ze nemen een meer nieuwsgierige houding aan ten opzichte van deze ervaringen, dragen ideeën aan voor het onderwijsleeraanbod, helpen door een rol uit te voeren in het onderwijsleerteam of leveren praktische hulp. Daarbij heronderzoeken ouders ook eerder hun veronderstellingen m.b.t. hun rol als ouder en hun ideeën over deze ervaringen van hun kinderen.

5. Bewustzijn van onderzoek en proces door onderwijsleerteam

Documentatie is een belangrijk middel voor het team om hun aandacht en focus voor de ontwikkeling van de kinderen te onderzoeken, aan te scherpen en te focussen. Het verdiept hun begrip en inzicht in de ontwikkeling van de kinderen meer dan het enkel nakijken van toets resultaten. Het is een basis voor aanpassing en heroverweging van onderwijs-/leerstrategieën, bron aan ideeën voor nieuwe wegen om het leren en de ontwikkeling van de kinderen te ondersteunen. Het geeft de mogelijkheid om van ieder kind zijn/haar authenticiteit en unieke ontwikkeling te zien en volgen.

Documentatie is een belangrijk middel voor het team om hun aandacht en focus voor de ontwikkeling van de kinderen te onderzoeken, aan te scherpen en te focussen. Het verdiept hun begrip en inzicht in de ontwikkeling van de kinderen meer dan het enkel nakijken van toets resultaten. Het is een basis voor aanpassing en heroverweging van onderwijs-/leerstrategieën, bron aan ideeën voor nieuwe wegen om het leren en de ontwikkeling van de kinderen te ondersteunen. Het geeft de mogelijkheid om van ieder kind zijn/haar authenticiteit en unieke ontwikkeling te zien en volgen.

6. Leren zichtbaar maken

Documentatie geeft informatie over het leren en de groei van de kinderen dat niet (allemaal) kan worden getoond door de formele gestandaardiseerde toetsen en checklijsten** die worden gebruikt in het basisonderwijs. Terwijl we ook continue door middel van observatie van kinderen belangrijke informatie en inzicht verkrijgen, levert deze documentatie -door middel van de inzet van een breed scala aan media- een overtuigend bewijs van de intellectuele kracht van kinderen.

Over de toetsing aan de hand van gestandaardiseerde toetsinstrumenten en checklijsten, naast de proeven en toetsen in Jeelo, moeten we in samenspraak met het onderwijsleerteam nog definitieve keuzes maken. Zolang deze keuze nog niet is gemaakt, gebruiken we:

  • Voor groep 3 Cito als toetsargument om het automatiserings- en leesniveau van ieder kind aan het eind van dit leerjaar te kunnen bepalen.
  • Voor groep 4 vooralsnog een deel van de Citotoetsen voor rekenen en taal.
  • Voor kleutergroepen hanteren we onze eigen observatielijsten om te zien of kinderen rijp zijn om naar groep 3 te gaan.

Onderwijspartners en ouders

Om te kunnen ‘leren in de tussenruimte’ ontwikkelen wij samen –in co-creatie- met mensen van binnen en buiten ons onderwijsprogramma. Daarvoor gaan wij ook intensieve, duurzame en vernieuwende samenwerkingen aan. Dat doen we met partners in het onderwijs –zoals o.a. Jeelo- en partners uit allerlei andere sectoren in met name de buurt, de stad maar ook (ver) daarbuiten.

Samen met NEMO zijn we ook een onderdeel van het Europeese leernetwerk ‘Open Schooling for Open Society’ (OSOS). Dit betekent dat we kennis delen met andere scholen in Nederland en daarbuiten –zoals bijvoorbeeld School21 in Londen- op het gebied van leren met en van de samenleving.

Ouders zijn voor ons ook heel belangrijke onderwijspartners. De betrokkenheid van ouders speelt op drie terreinen: bij allerlei hand- en spandiensten, op bestuurlijk gebied, en wat ons vooral bijzonder maakt, in educatief partnerschap -co-creatie met ouders t.a.v. ons programma en de school-. Het gezin, de buurt, het werk en het netwerk zien we als waardevolle partnerschappen om onderwijs te ontwikkelen.

Ontwikkelingslijnen

Leren is een gevolg van denken. Daarom maken we kinderen bewust van hun denkproces. Zo werken we aan een denkcultuur. We gebruiken hierbij de aanpak van ‘Design Thinking’ om kinderen hun ideeën te laten vinden en ontwikkelen. Hierbij gaan we uit van 5 fasen in ‘het ontwerpproces’:

  1. Onderzoek: ‘Ik heb een uitdaging. Hoe benader ik deze?’
  2. Interpretatie: ‘Ik heb iets geleerd. Hoe verklaar ik dit?’
  3. Ideegeneratie: ‘Ik zie een kans. Wat creëer ik?’
  4. Experiment: ‘Ik heb een idee. Hoe realiseer ik dit?’
  5. Evolutie (of Ontwikkeling): ‘Ik heb iets geprobeerd. Hoe maak ik dit?’

De design-thinking aanpak hanteren we ook bij het vinden en ontwikkelen van ideeën ten behoeve van ons onderwijsprogramma, het leren, de schoolorganisatie en de gemeenschap van Klein Amsterdam.

In overleg met de leerling en de ouders/verzorgers, wordt een gebalanceerde ‘maatwerkroute’ per leerling samengesteld. In horizontale stamgroepen (op leeftijd/leerjaar) -als ook in verticale groepen- werken leerlingen aan kennisdomeinen en competenties die zijn gebaseerd op sectoren en beroepen in de maatschappij. Deze worden vormgegeven aan de hand van de ‘kennislijnen en competentielijnen’ in projecten en sluiten aan op de verplichte vakken en dekken de kerndoelen die door de overheid zijn vastgesteld. Deze projecten (uitgewerkt in ‘leerroutes’ per stamgroep(en)) staan vast voor het hele jaar en worden op basis van de actualiteit verder verrijkt.

Ritme van Klein Amsterdam


Ritme van het jaar

Ons projectmatig werken (afgeleid van project-based learning (PBL)) bepaalt het ritme over twee leerjaren. De inhoud van ons projectonderwijs bestaat uit twaalf projecten voor groep 1 tot en met 8. Daarvan doen we ongeveer 6 projecten per jaar. Ieder project valt binnen een periode (= van vakantie tot vakantie). Alle groepen zijn tegelijk met hetzelfde project bezig. De kinderen doen binnen hun basisschoolperiode elk project 4 keer, steeds op zijn/haar eigen niveau. De projecten beginnen met een gezamenlijke start en eindigen met een gezamenlijke afsluiting. Naast deze projecten zijn het leren van de voorwaardelijke vaardigheden taal en rekenen ook bepalend voor het jaarritme om de gestelde doelen per kind per jaar te bepalen en bereiken. Deze vaardigheden worden op twee manieren aangeboden: via een taal-, en rekenmethode om de ‘theoretische kennis’, automatisering, e.d. goed te beheersen op eigen niveau. De ‘toegepaste kant’ van beide vaardigheden, inclusief de voor Klein Amsterdam derde voorwaardelijke vaardigheid van de ‘kunst van het spreken’, zijn geïntegreerd in de 12 projecten. Daarnaast zijn eveneens momenten van vieringen en herdenkingen bepalend voor het ritme van een jaar.

Ritme van de week

Op Klein Amsterdam loopt een week van woensdag tot woensdag. Een project start op woensdag, en de afsluiting is ook op woensdag. Op vrijdag ontvangen de kinderen een weekendvraag in het kader van het lopende project of nemen ze iets mee naar huis waar thuis over kan worden gesproken, of iets mee kan worden gedaan. De grenzen tussen thuis en school proberen we hiermee iets te vervagen. Het moet geen verplichting worden en het kind moet zich vrij voelen in het weekend, maar het geeft aan dat leren nooit stopt en het zorgt voor betrokkenheid van ouders bij de leer- en ontwikkel ervaringen van hun kinderen.

Ritme van de dag

We hebben een dagritme waarbij we starten en afsluiten met ‘Bewegen of Stilstaan’. In de ochtend werken de kinderen aan hun basisvaardigheden en project in met name de horizontale (stam)groepen. In de middag wordt het project vervolgd -in de vorm van een workshop- (in verticale of horizontale groepen afhankelijk van het onderdeel/-werp van het lopende project). Op termijn worden dagelijks maximaal drie verschillende workshops aangeboden waar kinderen zelf of in overleg met hun mentor een keuze uitmaken. De workshops worden door vakleerkrachten, -specialisten of groepsleerkrachten gegeven.

Leerinhoud

Projecten

In de projecten waarmee we werken zijn 6 maatschappelijke uitdagingen verwerkt waarvoor de kinderen staan, nu en in de toekomst. Deze uitdagingen zijn gebaseerd op de duurzaamheidthema’s van de Verenigde Naties: Mensen, Planeet, Welvaart en Organisatie. Hieraan hebben we specifieke Klein Amsterdam uitdagingen toegevoegd. De kinderen worden in de projecten uitgedaagd om te werken aan:

  1. Persoonlijke ontwikkeling: voelen zich verantwoordelijk om zichzelf te ontwikkelen.
  2. Nemen van verantwoordelijkheid: voelen zich verantwoordelijk voor het welzijn en de welvaart van zichzelf.
  3. Maatschappelijk betrokkenheid: voelen zich betrokken bij het welzijn en de welvaart van iedereen.
  4. Bewust gedrag ten aanzien van ons ecosysteem: voelen zich betrokken bij het behoud van onze planeet.
  5. Informatiedeskundigheid: voelen zich betrokken bij het zorgvuldig gebruik van informatiestromen.
  6. Duurzame samenwerking: voelen zich betrokken bij duurzame organisaties.


Ontwikkelingslijnen projecten:

  • Kennislijnen (op hoofdindeling, verder onderverdeeld in kennisdomeinen, verdeeld over honderden stenen):
    • Mens en Gezondheid;
    • Mens en Natuur;
    • Mens en Omgeving;
    • Mens en Product;
    • Mens en Maatschappij.
  • Competentielijnen (op hoofdindeling, verder onderverdeeld in 21 vaardigheden, verdeeld in tientallen ‘Stappers’):
    • Samenwerken;
    • Zorgen;
    • Maken;
    • Onderzoeken;
    • Presenteren;
    • Leren;
    • Bewegen.
  • Individuele rekenlijnen
  • Individuele taallijnen


Hierbij vind je ook ‘Wijzers’ naar materialen en ‘Bronnen’.

Leertijd en rooster

We hanteren op Klein Amsterdam een ‘vijf gelijke dagen model’ waarin de kinderen van maandag tot en met vrijdag van 8.30 – 14.30 uur naar school gaan met een minimaal aantal onderwijsuren van gemiddeld 940 uren per leerjaar (910 per jaar in leerjaren 1 t/m 4; 970 per jaar in leerjaren 5 t/m 8). Voor het onderwijsleerteam gaan we uit van het overlegmodel waarbij de verdeling van het aantal te werken uren (1659 bij 1,0 wtf) in lesuren en niet-geboden lesuren is losgelaten.

WatWanneerWie
Bewegen of StilstaanStart (8.30-9.00) en einde dag (14.15-14.30)Groepsleerkracht en mentor met stamgroep

Taal

Rekenen
9.00 – 10.00 Groepsleerkracht en mentor, Onderwijsassistent, Gespecialiseerde leerkracht met stamgroep
Tussendoor: Eten en Spelen (buiten) 10.00 – 10.30 Groepsleerkracht en mentor, Onderwijsassistent, met stamgroep
Project, incl. Taal en Rekenen 10.30 – 12.00 Groepsleerkracht en mentor, Onderwijsassistent, Vakleerkracht, Vakspecialist met stamgroep
Lunch, in combinatie met Taal, Stilstaan of Muziek 12.00 – 12.30 Groepsleerkracht en mentor (of Onderwijsassistent) met stamgroep
Spel en Sport buiten

12.30 – 13.00

Dit is pauze moment voor groepsleerkrachten
Vakleerkracht (tevens Pedagogisch medewerker buitenschoolse opvang) met diverse stamgroepen
Workshop i.k.v. project, incl./a.d.h.v. kunstdiscipline, taal, rekenen, enz.Bewegen & Stilstaan 13.00 – 14.15 Vakleerkracht (tevens Pedagogisch medewerker buitenschoolse opvang), Groepsleerkracht (plus evt. onderwijsassistent) met een of meerdere stamgroepen (al dan niet gemengde leeftijden)
Bewegen & Stilstaan 14.15 – 14.30 Groepsleerkracht en mentor, Onderwijsassistent, met een of meerdere stamgroep(en)

Bewegen en stilstaan

Een half uur wandelen, een yoga-sessie, mindfulness, dansen, presenteren, werken in de moestuin, muziek maken of bijvoorbeeld voetballen, allemaal activiteiten die kunnen zorgen voor een leeg hoofd, reflectie, concentratie en zelfbewustzijn. De activiteit wordt in het rooster per dag en per groep bepaald.

taal en rekenen

Taal en rekenen zijn voorwaardelijke vaardigheden. Deze heeft de leerling ook nodig bij de kennis- en competentielijnen. Daarom zijn er eenheden voor taal (zoals bijvoorbeeld woordenschat, begrijpend luisteren en lezen) en rekenen (zoals bijvoorbeeld meten en wegen) geïntegreerd in de projecten. De leerling ervaart zo direct waarvoor taal- en rekenvaardigheden nodig zijn. Daarnaast zijn taal, rekenen en wiskunde ook aparte kernvakken waarin wij onze leerlingen lesgeven. Hiervoor gebruiken we de methoden Staal, Novoskript (voor schrijven) en Getal en ruimte (voor rekenen).

Kunst van het spreken

Op Klein Amsterdam hebben we veel aandacht voor lezen, schrijven én spreken. Om de kinderen hiermee goed op weg te helpen een gretige lezer, vlotte schrijver en welbespraakte spreker te worden.

Door het spreken met elkaar te oefenen en toe te passen binnen school en door het spreken in de schoolcultuur een centrale plek te geven, maken kinderen het zich eigen en help je eenieder de eigen taal te vinden.

Voor het ontwerp en de ontwikkeling van deze onderdelen van ons aanbod werken we nauw samen met vakspecialisten in Nederland (o.a. Stichting Taalvorming) en Engeland. We laten ons inspireren door de Engelse organisatie Voice21 op het gebied van spreek- en luistervaardigheden.